De deal is duidelijk: de geïnterviewde zal zijn verhaal doen en ik ga dat schrijven. Daartoe krijg ik een briefing van mijn opdrachtgever, met insteek, richtvragen en eventuele valkuilen. Samen met het voorbereidende gegoogel leidt dat tot een handzaam vragenlijstje.
Dat lijstje is een richtsnoer, geen harnas. Zijpaden mogen, zeker als ik vermoed dat daar een schat aan interessante informatie verborgen is. De ervaring heeft bovendien geleerd dat ik geen genoegen mag nemen met een half woord. De valkuil voor een goed verstaander is namelijk dat je begripvol knikkend belangrijke informatie over het hoofd ziet. Doorvragen dus.
In de trein terug noteer ik vast de grote lijn, de kop en de mooiste quotes. Thuis begint het handwerk. Een globale opzet maken, fragmenten terugluisteren, hoofd- en bijzaken scheiden. Dan schaven, plamuren en polijsten. Zo krijg je de eerste versie, die naar de geïnterviewde gaat, voor het elimineren van feitelijke onjuistheden. Daarna kan de definitieve versie naar de eindredacteur.
Als het een erg onderhoudend interview was, overvalt me op dat moment soms een zekere weemoed. Dan wil je eigenlijk weten hoe het verhaal verder gaat. Soms krijg je die kans, maar meestal blijft het bij een mooie herinnering aan toevallig kruisende levenspaden. En een prachtig artikel natuurlijk.


