Niet iedereen alle collega's zijn er dol op, maar ik mag het graag doen. Dat begint al bij de ingang: het opspelden van de naambadge, het zenuwachtige gedraaf van organisatoren en het verwachtingsvolle geroezemoes in de grote zaal. Daar is het wachten op de opening door de dagvoorzitter. Haal het gordijn maar op, de voorstelling kan beginnen.
Maar het is ook hard werken.
Na de eerste plenaire sessie bezoek ik workshops om korte impressies op te tekenen. In de koffie-, lunch- en theepauze klamp ik bezoekers aan voor hún eerste indrukken. Of nog beter: ik houd zitting op een rustig plekje en spreek daar met congresgangers die een attente communicatiemedewerker voor me heeft geselecteerd. En met een beetje mazzel regelt hij ook nog wat broodjes, die ik tussen twee interviewtjes door snel kan verorberen.
In de trein naar huis vast wat aantekeningen uitwerken. Andere indrukken gedijen juist bij enige bezinking en reflectie, die komen morgen wel…

